Leestijd ca. 6 minuten  |  Rating: 12+  |  Eerste publicatie 11 april 2016

Zelfbevlekking

Het is inmiddels een vertrouwd beeld. Matthijs die in zijn iets te strakke maatpak met zijn armpjes over elkaar om klokslag zeven uur naar de autocue staart terwijl hij in het tempo dat we van hem gewend zijn de namen van de gasten van vanavond de huiskamers in spuwt. Ik heb de helft niet verstaan, maar als geoefend kijker weet ik dat ik niets heb gemist. Het is immers een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat de presentator zojuist dezelfde namen als altijd heeft opgelepeld.
Als Prem Radhakishun in beeld verschijnt haal ik zelfgenoegzaam mijn gelijk en weet ik zeker dat ik de aflevering van vanavond niet ga uitzitten. Ik trek die schreeuwlelijk nu eenmaal niet. Ik ben allergisch voor zijn meningen, word onpasselijk van zijn spraakgebrek en krijg rooie vlekken in mijn nek van zijn dominante aanwezigheid. Nog niet zo lang geleden maakte hij volkomen ongefundeerd een tv-recensent van de Volkskrant uit voor pedofiel, waarna hij door de redactie werd weggestuurd. Heel even koesterde ik de stille hoop dat ik voorgoed van het brullende blafhert was verlost, maar na een schorsing van een jaar is Prem weer in genade aangenomen en krijgt hij van Matthijs & co. helaas weer voldoende zendtijd om me mateloos te irriteren. Ik schrik me een ongeluk als het enorme hoofd van de tafelheer onaangekondigd van dichtbij in beeld wordt gebracht. Nadat ik de regie heb vervloekt vraag ik me af waarom ik in hemelsnaam zo nodig zo’n idioot groot beeldscherm mijn huis moest binnenslepen.
Na wat koetjes en kalfjes krijgt Prem een volle minuut zendtijd om zijn politieke correctheid met Nederland te delen. Kamerleden die zich in zijn rooddoorlopen vissenogen te veel aan de rechterkant van het politieke spectrum bevinden worden beschuldigd van populisme en met de grond gelijkgemaakt. Prem wil niet nogmaals worden geschorst en dus kiest hij voor de veiligheid van de uitgekauwde kijk-ons-eens-deugen-retoriek die we van DWDD-gasten gewend zijn. Het is goedkoop scoren, maar precies hoe de redactie het graag ziet. Als Prem zijn gastheer een paar pluimen in zijn reet heeft gestoken en hem vervolgens uitgebreid gaat bedanken voor de tweede kans die hij heeft gekregen voel ik het avondeten langzaam vanuit mijn maag richting mijn slokdarm kruipen. Het duurt niet lang voordat hij volledig doordraait en de complimentenregen aan het adres van de presentator omslaat in een beschamende stortbui. Even vrees ik dat ik mijn braakneigingen niet langer kan weerstaan, maar gelukkig wordt het ook Matthijs te veel en dus wordt de gênante lofzang resoluut afgekapt met de woorden ‘Aan tafel!’
Als de programmatune heeft geklonken en de spreekstalmeester zijn gasten voor de eerste ronde aan tafel heeft geïntroduceerd, ben ik opnieuw bang dat ik mijn maaginhoud eerder ga terugzien dan gepland. Zoals gebruikelijk worden de stoelen uitsluitend bezet door leden van het incestueuze vriendenclubje van Circus Matthijs. Pratende hoofden die hun BN’erschap voor een belangrijk deel te danken hebben aan hun optredens in DWDD. Het is de welbekende mix van jaknikkers en zorgvuldig geselecteerde pseudorecalcitrante BN’ers die goed betaald worden om de knuppel af en toe eens flink in het hoenderhok te gooien. Uiteraard dient er goed gemikt te worden, want die knuppel moet natuurlijk wel precies daar terechtkomen waar de redactie en de rest van de Amsterdamse grachtengordelkliek dat stuk hout graag zien liggen. Het is een eng clubje. De leden vinden zichzelf allemaal erg goed en hun clubgenoten zo mogelijk nog beter. Behalve dat ze veelal aan een ernstige vorm van narcistische zelfoverschatting lijden, komen ze aan de lopende band superlatieven tekort om hun bewondering voor elkaar uit te spreken en doen ze het graag voorkomen alsof ieder aan tafel besproken onderwerp van landsbelang is. Eigen meningen zijn natuurlijk prima, zolang ze maar overeenkomen met die van de redactie. Het is de contributie die betaald dient te worden voor lidmaatschap van het keurcorps van Matthijs. Voor wat hoort wat, maar het is het dubbel en dwars waard. Als lid van de Club van Matthijs is je kostje immers gekocht en mag je ongehinderd meedoen aan de schaamteloze zelfbevlekking.

‘Wat zie je er weer prachtig uit, Halina.’
‘Dankjewel, Hanneke. Je mag er zelf ook nog best zijn voor iemand van honderdeenentwintig.’
‘Dat is lief, Halina. Ik vraag me altijd af waar je toch al die prachtige kleding koopt.’
‘Doe niet zo mal. Hanneke. Die hoef ik toch niet te kopen. Ik krijg mijn kleding al jaren gratis, van het Leger des Heils.’
‘Ge-wel-dig! Je bent echt té leuk! Het is me een raadsel waarom je nog steeds niet aan de man bent.’
‘Ach, mannen zijn nu eenmaal bang voor succesvolle bh-loze vrouwen.’
‘Ja, of misschien hebben ze je laatste film gezien.’
‘Hoe bedoel je, Typhoon?’
‘Gewoon. Je was echt fantastisch in die film, Halina. Pure wereldklasse. Ik bedoel, misschien schrikt zo veel talent mannen juist af. Je was echt on-Nederlands goed.’
‘Echt? Dank je, Ty. Ik vond jouw laatste cd ook fabelachtig mooi. Bijna van mythische schoonheid.’
‘Bijna? Nou, zeg maar gerust helemaal.’
‘Dank u, mevrouw Groenteboer, dat is erg aardig. Hoe vond u de teksten?’
‘Ja, in één woord briljant natuurlijk. Ze zijn stuk voor stuk van een Van Dis-achtig niveau. In iedere zin proef je de intelligentie, alsof Connie ze zelf heeft geschreven.’
‘Connie Palmen? Nu overdrijft u.’
‘Nee hoor! Je muzikale talent is van buitengewoon hoog niveau, dus begrijp me alsjeblieft niet verkeerd als ik zeg dat er aan jou een immens groot literair schrijver verloren is gegaan. Je woordkeuzes, het timbre in je zinnen, af en toe een vleugje Zwagerman, dan weer zomaar ineens de literaire speelsheid van onze fantástische huisdichter Nico Dijkshoorn. Nee echt, petje af, hoor.’
‘Leuk dat u het even noemt, tante Hanneke, maar Petje af is alweer drie cd’s geleden. M’n nieuwe programma heet Je suis Ali.’
‘Dat weet ik toch, gekkie! Ik ben al drie keer met mijn achterachterachterachterkleinkinderen naar je show geweest. Ik kan het iedereen aanbevelen. Tot wanneer kunnen we je ook alweer in het theater bewonderen?’
‘Ah! Lief dat u het vraagt, tante Hanneke. Tot eind mei. Check alib.nl voor het volledige tourschema. Wel jammer trouwens dat uw programma met die schilders niet meer op de buis is te zien.’
‘Ach, ik ben inmiddels bijna honderdvierenzestig en dan heb je alle sterren wel zo’n beetje op het doek gehad. Er is een tijd van komen en een tijd van gaan, Ali.’

Oké, oké… ik overdrijf misschien een beetje. Hanneke Groenteman is natuurlijk nog geen honderdvierenzestig en Halina Reijn betaalt haar kleding van het Leger des Heils gewoon zelf, maar verder heb ik geen woord gelogen. Het eens zo bejubelde actualiteitenprogramma met de prima presentator is veranderd in een tenenkrommend commercieel gedrocht. In Hilversum doet momenteel zelfs een hardnekkig gerucht de ronde. Matthijs schijnt drie jaar geleden al te zijn gestopt met het presenteren van DWDD en de man die we iedere avond in beeld zien is in werkelijkheid Harry Mens, verkleed als Matthijs van Nieuwkerk.
Het door de publieke omroep gefaciliteerde drie kwartier durende reclameblok kent inmiddels een aantal legendarische dieptepunten. Wat te denken van Yvon Jaspers? De natte droom van agrarisch Nederland werd geen strobreed in de weg gelegd toen ze tien minuten lang haar kneuterige oud-Hollandse serviesgoed aan de man kwam brengen. Of het onbeschaamd pluggen van dat erbarmelijke koffietafelboekje van Halina Reijn en Carice van Houten (die toen nog Carice van Nieuwkerk heette). Ik zeg Solomonica de Winter. Wie? Sorry, Solomonica is het dochtertje van schrijversechtpaar Leon de Winter en Jessica Durlacher. Het meisje had een boekje geschreven, is met kinderlijk enthousiasme in de kruiwagen van papa en mama gesprongen en heeft zich vrolijk naar de studio van oom Matthijs laten duwen.
‘Het wordt op deze manier wel een heel zuur stukkie, Guliker! Of lezen we hier gewoon jaloezie en persoonlijke verbittering omdat je zelf nooit bij oom Matthijs aan tafel zal zitten?’
Ja, ik dacht, laat ik je voor zijn en ’m zelf vast inkoppen, maar ik moet je helaas teleurstellen. Het antwoord luidt namelijk: neen.
Ik ben echt niet vies van geld verdienen en ik weet dat vijf minuten aan tafel bij Matthijs goed is voor de verkoop van een paar duizend extra exemplaren van je nieuwe boek, maar ik ben totaal niet geschikt om daar aan te schuiven. Ik geef namelijk niets om roem, ben niet ijdel genoeg, en ik kan niet huichelen. Ik ben geen intellectueel, spreek plat Haarlems, heb een veel te grote bek en ben op tv net zo lelijk als in het echt. Niet bepaald de gedroomde ingrediënten van de ideale DWDD-gast dus. Tel daarbij op dat het me geen reet kan schelen wat mensen van me denken en dat ik over alles en iedereen in dat programma een uitgesproken mening heb en je hebt zo’n beetje alles wat de redactie van dat programma zich niet wenst. Nee, DWDD kan ik beter overslaan. Wat denk je dat er gebeurt als die Sylvana Simons tegenover me gaat zitten en voor de honderdste keer over haar slavernijverleden begint? Denk je echt dat ik mijn lachen kan inhouden als die Jasper Krabbé me bloedserieus gaat vragen om drie minuten lang naar een schilderij met daarop één gele streep te kijken? Of dat ik mijn mond hou als die megalomane, humorloze betweter Peter R. de Eigenheimer me gaat afblaffen omdat ik – nog voordat hij zijn eerste zin heeft uitgesproken – bij wijze van grap heb gezegd dat ik het op voorhand al niet met hem eens ben? Moet ik nog iets zeggen over die vreselijke kok en zijn onbekende gerechten of over steeds weer dezelfde professoren die wekelijks worden opgetrommeld in een poging de intellectuele leegheid van het programma nog enigszins te vullen? Nee, het is wel genoeg zo.
Op het scherm wordt Prem prominent in beeld gebracht. Zoals gewoonlijk zien we hem druk met zijn armen zwaaien en voert hij het hoogste woord. Het lukt hem wederom om binnen luttele seconden mijn irritatiegrens te overschrijden. Ineens besef ik dat dit het perfecte moment is om eens en voor altijd afscheid te nemen van de eliteclub van de VARA. Ik pak de afstandsbediening, zwaai een laatste keer naar Prem en zap naar het RTL-nieuws. Als ik opsta en naar de keuken loop om koffie te zetten, stop ik onderweg bij mijn schrijftafel om even naar het prikbord boven mijn computer te staren. Ik pak een rode stift en als ik kordaat een streep door punt 63 heb gezet begin ik hard te lachen.
‘Wat is er zo grappig?’ vraagt mijn vriendin, die fris gedoucht de huiskamer binnenkomt.
‘Niets, schat. Ik heb zojuist besloten dat ik een column over De Wereld Draait Door ga schrijven, dus ik heb vast even punt 63, “aan tafel bij DWDD”, van mijn to-dolijstje geschrapt.
‘Want de kans dat je ooit nog eens met een nieuw boek in dat programma zit is na die column voorgoed verkeken. Bedoel je dat?’
‘Ja, zoiets,’ zeg ik.
‘Misschien moet je die pen eens wat minder in de azijn dopen voordat je gaat schrijven.’
‘Kom op zeg, ik geef gewoon mijn mening.’
‘Ja, daar ben je kampioen in. Kampioen eigen mening geven en kampioen eigen glazen ingooien.’

<  terug  – Copyright | Alle rechten voorbehouden © 2017 – Jeroen Guliker / Credo Uitgevers