Leestijd ca. 6 minuten  |  Rating: 12+  |  Eerste publicatie 16 juni 2015

Viezerik

Allahu Akbar,’ de vriendelijke en bescheiden Hassan zegt het zo’n twintig keer per dag. Hij is een trouwe echtgenoot, een liefdevolle vader en de eigenaar van een goedlopende shoarmazaak in Eindhoven. Hij bidt vijfmaal daags richting Mekka, laat geen vrijdaggebed in de lokale moskee aan zich voorbijgaan en wordt alom gerespecteerd binnen de islamitische gemeenschap in zijn woonplaats.
Hassan is een dankbaar mens. Dankbaar dat zijn Schepper hem een prachtig gezin, een goedbelegde boterham en een vreedzaam leven in het aangename Nederland heeft toebedeeld. Hassan telt dagelijks zijn zegeningen, want nog maar achttien jaar geleden zag zijn wereld er heel anders uit.
Hij was zwaar getraumatiseerd en volledig berooid toen hij in 1997 de Libische woestijn ontvluchtte, om twee weken later met een gammel bootje de Italiaanse kust te bereiken. De doodseskaders van Khadaffi hadden zijn geboortedorp met de grond gelijkgemaakt. Huizen waren in brand gestoken, de vrouwen verkracht, de meeste mannen afgeslacht. Hassan wist zich verscholen te houden voor het oog van de moordenaars en heeft uiteindelijk als een van de weinigen het bloedbad overleefd. Insha’Allah. De Meest Barmhartige heeft hem door de donkerste dagen van zijn leven geloodst en daar zal Hassan Hem eeuwig dankbaar voor blijven.
Hassan heeft dus de grootste horror doorstaan en eigenlijk alles wel meegemaakt – nou ja, bijna alles, want als de deur van zijn shoarmazaak openzwaait, stapt een rossige man in een witte slagersjas naar binnen.
‘Goeie ’s middags, ik ben Rob Geus van het SBS6-programma De Smaakpolitie en ik zou graag even een kijkje nemen in uw keuken.’
‘Politie? Hoe bedoelt u, meneer? Warenwet?’
‘Ja, zoiets. Wij zijn van een televisieprogramma en komen even kijken hoe het hier staat met de hygiëne en veiligheid,’ zegt Geus terwijl hij naar zijn camera- en geluidsmensen wijst.
‘Ahhh, televisieprogram. Iesss goed, meneer. Ik heb ook televisie.’
‘Dus u vindt het goed als we even rondkijken? We zijn met tien minuutjes weer weg, hoor,’ zegt Geus geruststellend. Hassan haalt zijn schouders op en gebaart de presentator dat hij mag doorlopen. Geus loopt naar de spoelbak en kijkt om zich heen. ‘Waar is het handzeepje?’
‘Zeep? Geen zeep, sorry meneer. Daar wasjmiddel, ook goed,’ antwoordt Hassan lachend.
‘Nee, dat kan natuurlijk niet, hè. Je moet altijd een desinfecterend handzeepje aan de muur hebben hangen. Dat is gewoon een stukje hygiëne, let daar in het vervolg wel effe op, oké?’
‘Iesss goed, meneer,’ zegt Hassan nederig, waarna hij vriendelijk naar de camera lacht.
Geus draait de kraan open, wast zijn handen en kijkt opnieuw om zich heen. ‘Papier? Waar is het papier?’
Hassan reikt Geus een handdoekje aan. ‘As-tu-blief meneer, iesss helemaal schoon.’
‘Ja, dat doekje kan wel schoon zijn, maar het is natuurlijk niet fris. Even een puntje van advies, gewoon een keukenrolletje ophangen en in het vervolg de handjes drogen met papier,’ zegt Geus op een toon die een normaal mens alleen tegen een kleuter aanslaat.
‘Iesss goed, meneer,’ herhaalt de nederige shoarmabaas. ‘Hassan morgen hele doos papier doekies kopen en handjes netjes afvegen.’
Geus steekt zijn duim de lucht in en stapt op de frituurbakken af. ‘Dat ga je niet menen, hè! Man, man, man, hier word ik niet vrolijk van,’ zegt hij terwijl hij theatraal zijn hoofd schudt en afkeurend in de camera kijkt. ‘Hier, zie je dat, alles vies. Dat frituurvet had er allang uit gemoeten, joh. Volstrekt kansloos! En die afzuiginstallatie kan natuurlijk helemaal niet, hè. Man, man, man, wat zijn die roosters smerig. Zorg gewoon voor een lekker schoon frituurvetje en een fris afzuiginstallatietje, daar moet je echt effe op letten, hoor.’ De goedaardige Hassan wordt opnieuw in zijn eigen zaak als een kleuter toegesproken, maar hij is veel te bescheiden om er iets van te zeggen.
‘Iesss goed, meneer,’ zegt hij zachtjes. De lach is inmiddels van zijn gezicht verdwenen. ‘Hassan morgen alles schoonmaken, sorry meneer, sorry voor vieze rommel.’
Rossige Rob is inmiddels warmgedraaid en gaat vrolijk verder met schofferen en kleineren. De prullenbak zonder voetpedaal, de vieze kitranden tussen het aanrecht en de muur, de versleten deurrubbertjes van de koeling, de ongelabelde datumloze bakken met voedingsmiddelen, hoekjes, randjes, putjes, werkelijk niets ontsnapt aan het oog van de Rotterdamse smetvreeskoning. Nadat hij de hardwerkende Hassan tien minuten lang onafgebroken op zijn gebreken heeft gewezen, komt hij handenwrijvend naar buiten om de beelden die we zojuist hebben gezien nog eens uitgebreid in woorden te herhalen. Het wachten is op het eindoordeel van de alwetende Geus.
‘Ik zie weleens prullenbakken en ik zie weleens prullenbakken, maar deze, man, man, man, wat word ik hier verdrietig van. Dit is waarschijnlijk de smerigste zaak die we tot nu toe hebben bezocht, maar gelukkig waren we er net op tijd bij. We hebben Hassan een stukje advies gegeven hoe het beter kan en laten we hopen dat hij het heeft begrepen. U snapt het al, deze zaak krijgt voorlopig geen OK-sticker op het raam. Tot de volgende keer!’ roept Geus met een vrolijk gezicht. Op de achtergrond zien we Hassan in de deuropening van zijn zaak met een beteuterd gezicht naar de camera zwaaien.
‘Dag meneer. Was gezellig. Dank voor alles. Hassan gaat morgen vieze keuken schoonmaken.’
Tja, who the fuck is Rob Geus, behalve een exponent van de florerende pulptelevisie? Inderdaad, niemand. Een zielig en vervelend ventje dat zich zonder enig erkend brevet van vermogen schaamteloos heeft verheven tot autoriteit op het gebied van hygiëne en veiligheid. Ik heb hem ooit eens gezien in het programma Ranking the Stars en man, man, man, daar werd ik niet vrolijk van. Zijn irritante zelfingenomen kop hielp natuurlijk al niet mee, maar toen hij ook nog eens met geforceerde infantiele grappen en grollen het leukste jongetje van de klas probeerde te zijn, werd hij volkomen terecht door alles en iedereen afgebrand.
Ook in het programma Red mijn vakantie met Alberto Stegeman is het Geus gelukt mijn irritatiegrens ruimschoots te overschrijden. Omdat de SBS’ers niet tot de kijkcijferkanonnen van Nederland behoren, is het misschien goed om nog even het format uit te leggen. Stegeman en Geus reizen naar het buitenland om misstanden in hotels en vakantieresorts op te lossen, een nogal goedkope formule, want als er een camera op staat neemt de kans van slagen immers met tweehonderd procent toe, maar met een lul als Geus weet je het nooit en dus is succes toch niet altijd verzekerd. Ik herinner me een aflevering waar Geus in het geniep zijn thermometer keihard in het buffet van een Spaanse vreetschuur stak. Natuurlijk werd rossige roodverbrande Rob niet vrolijk van het resultaat en dus riep hij de hotelmanager erbij.
‘Dis I’m not ketting happy from! De hot voed is kolt en de kolt voed is hot,’ riep Geus in een steenkolenengels waar Louis van Gaal nog een puntje aan kan zuigen. ‘Dis voed is toe vies voor wurds, it smells een auwer in the wind, en loek hier, de koekaratsjaas lai ded on de vloor.’ Toen de hotelmanager het verontwaardigde smetvreesgezicht en gemekker van Geus zat was, duwde hij hem vastberaden richting de uitgang.
‘Eej, don’t tutch me, hè?’ krijste Geus.
‘Out, now!’ riep de manager, waarna hij Geus een harde en goedgerichte stoot op zijn schouder gaf.
‘Hee, sinjoor, do normal, man, I kol de policía.’
Oké, ik geef toe, soms kunnen programma’s waarin Rob Geus een hoofdrol speelt behalve bloedirritant ook best vermakelijk zijn. De makers van het VARA-programma RamBam moeten dezelfde gedachte hebben gehad. Zij kwamen op het geniale idee om Geus eens en voor altijd te ontmaskeren als de op geld beluste, hypocriete en corrupte oplichter die hij is. Naast zijn werk voor De Smaakpolitie blijkt Geus er een lucratief privéhandeltje op na te houden. Via zijn website kunnen ondernemers een vrijwillige inspectie aanvragen om de keurmerksticker ‘De Keus van Rob Geus’ op hun raam te mogen plakken. De sticker kost 2.800 euro, maar voor het tweede jaar betaalt u slechts 1.750 euro. O, of u wel vast even voor minimaal twee jaar wilt aftikken. Belachelijke prijzen dus, maar goed, als ondernemers deze bedragen willen betalen, waarom niet? Tot zover niets aan de hand. De medewerkers van RamBam toonden echter aan dat rossige Rob maar wat graag met twee maten meet als hij zijn zakken kan vullen.
In samenwerking met een ondernemer wiens restaurant een paar jaar eerder ten overstaan van de televisiekijkers werd afgekeurd, besloten ze Geus aan een goed doordacht integriteitsonderzoek te onderwerpen. De zaak van de ondernemer werd met behulp van oude televisiebeelden in exact dezelfde ‘deplorabele’ (aldus Geus destijds) staat teruggebracht. Via verborgen camerabeelden zagen we Geus binnenkomen, een praatje met de ondernemer maken en ten slotte een zeer summiere inspectie doen. In tegenstelling tot zijn vorige bezoek repte Geus ineens met geen woord over alle ‘misstanden’ en kwam het restaurant glansrijk door de keuring. Ach ja, vierenhalfduizend euro doet nu eenmaal wonderen.
Geus’ reactie achteraf in de media was veelzeggend. Volgens de verkoper van nepkeurmerken ging het om een foutieve weergave van zaken en een gefrustreerde ondernemer die wraak wilde nemen. Tja, als het arrogante betwetertje zelf op de vingers wordt getikt gaat hij huilen, en daar worden we natuurlijk niet vrolijk van. Alhoewel?
Het gaat trouwens uitstekend met Hassan. Zijn shoarmazaak loopt beter dan ooit. Hij genoot altijd al het respect van de moslimgemeenschap, maar nu hij zelfs De Smaakpolitie heeft overleefd, is hij een ware held. Hassan droomt de laatste maanden steeds vaker van een eigen restaurantje in een mooie buitenwijk van Tripoli. Wie weet komen zijn dromen ooit uit. Misschien als de stofwolken van de burgeroorlog in zijn moederland zijn opgetrokken. Wellicht kan die meneer met die witte slagersjas en dat rossige gezicht dan langskomen en voor vijfenveertighonderd euro een mooie sticker op zijn raam plakken. Insha’Allah.
Niet nodig, Hassan. Jij krijgt die sticker gratis, want je bent geen viezerik.
Er is hier maar één échte viezerik.

<  terug  – Copyright | Alle rechten voorbehouden © 2017 – Jeroen Guliker / Credo Uitgevers