Leestijd ca. 4 minuten  |  Rating: 16+  |  Eerste publicatie 10 augustus 2015

Naarling

Anneke Vermeulen zat vijfendertig jaar geleden bij mij in de klas. Ik was een twaalfjarig jochie en vond haar mega-interessant. Ze was niet bijzonder aantrekkelijk om te zien, maar ze was brutaal tegen de leraren en lapte alle regels aan haar laars. Met Anneke kon je lachen. Ze was al dertien, had zelfs al borsten en oogde een stuk volwassener dan de andere meisjes uit mijn klas. Anneke was een kop groter dan ik, ze rookte sigaretten en droeg een zwartleren jack met buttons van de Sex Pistols. Ze was enig kind, genoot een vrije opvoeding en haalde matige rapportcijfers, maar haar ouders waren relaxed en deden ook daar niet moeilijk over. Na de havo zou ze in de slagerij van haar vader gaan werken en het was voorbestemd dat ze die zaak in de toekomst zou overnemen.
Op een middag ging ik met haar mee naar huis. Ze woonde in Haarlem-Noord, boven de slagerij. Haar kamer was behangen met stoere Hitkrant-posters van Johnny Rotten, The Clash en Herman Brood. Ik was nog maar net Albert West en Teach-In ontgroeid en vond het allemaal geweldig. Het duurde niet lang voordat ze me op bed duwde en boven op me kwam liggen. Voor het eerst in mijn leven proefde ik de tong van iemand anders en ik had geen idee wat ik precies moest doen. Anneke wel. Vanaf die dag werd er bijna dagelijks getongd boven Slagerij Vermeulen, soms uren achtereen, net zo lang tot de kramp in onze kaken ons vertelde dat het genoeg was. In de weken daarna maakte ik voor het eerst kennis met echte vrouwelijke rondingen van vlees en bloed en liet Anneke me gewillig haar tussenbenige gebied verkennen. Misschien waren we iets te jong, maar het gebeurde nu eenmaal. Van echte seks was geen sprake, het was allemaal heel onschuldig, maar ik was voor het eerst in mijn leven tot over mijn oren verliefd.
Helaas brak de grote vakantie aan en zouden we elkaar zes weken niet zien. Zij ging met haar ouders naar Marbella en ik ging naar de camping in Bloemendaal. Het werden de moeilijkste zes weken uit mijn jeugd – althans, dat dacht ik, want het zou nog veel erger worden: toen de vakantie ten einde was en Anneke niet verscheen op de eerste schooldag, begreep ik van een klasgenootje dat ze samen met haar moeder was verhuisd.
Haar ouders bleken al ruim een jaar in scheiding te liggen, maar daar had ik niets van gemerkt. Anneke had nooit iets verteld, niet over haar ouders en al helemaal niet dat ze na de vakantie niet meer terug zou keren. Ze had me gewoon keihard laten zitten en ik voelde me in de maling genomen. Ik was woedend en besloot abrupt mijn verliefdheid te beëindigen. Uiteraard kwam ik er al snel achter dat het zo niet werkte. Ja, wist ik veel, ik was twaalf.
Ik heb mezelf nog maandenlang voor schut gezet door dagelijks naar de slagerij te fietsen, maar de winkel was altijd gesloten. Voor de zekerheid gluurde ik meestal toch even naar binnen en op mijn wanhopigste dagen belde ik zelfs minutenlang aan. Tevergeefs. Pas toen er op een dag een bord met de tekst VERKOCHT aan de gevel hing, heb ik mijn fietstochten naar Slagerij Vermeulen gestaakt. Het heeft nog ruim een jaar geduurd voordat de verliefdheid definitief uit mijn lichaam was verdwenen. Ik heb Anneke nooit meer gezien of gesproken.
Ze zeggen dat je je eerste liefde nooit meer vergeet. Het is een cliché, maar clichés zijn waar en dus houdt Anneke zich al vijfendertig jaar lang ergens diep in de krochten van mijn hersens verborgen. In gedachten ben ik waarschijnlijk altijd boos op haar gebleven; tja, it’s a thin line between love and hate, om nog maar eens een cliché te gebruiken. Hoe je het ook wendt of keert, Anneke is een mooie herinnering, maar eerlijk gezegd heb ik de laatste tien jaar niet meer aan haar gedacht. Allemaal doodnormaal, dus tot zover niets aan de hand, zou je zeggen. Klopt. Tot afgelopen vrijdag.
Ik zat in een boekhandel in Laren mijn boeken te signeren toen er plotseling een lange geblondeerde dame met een achter een grote zonnebril verstopt gebruind gezicht aan mijn tafeltje verscheen. Ze was chic gekleed. Onder haar camelkleurige jas droeg ze een witte blouse met een zwarte broek en over haar schouder hing een dure tas van Hermès. Ze schoof een exemplaar van Havana in mijn richting en ik vroeg aan wie ik het boek mocht opdragen.
‘Anne-Fleur,’ zei ze met een bekakte stem. Ik had die ochtend al heel wat hete aardappels aan mijn tafeltje gehad, maar deze sloeg alles.
‘Alsjeblieft Anne-Fleur,’ zei ik, nadat ik voorin een van mijn standaardtekstjes had geschreven en haar het boek teruggaf. ‘Veel plezier ermee,’ voegde ik eraan toe.
Anne-Fleur sloeg het boek open, las mijn krabbel en keek me aan. ‘Hmm, ik had eigenlijk wel iets euriginelers verwacht,’ zei ze brutaal. Ik keek haar verbaasd aan. De hooghartigheid droop van haar gezicht. Ik kreeg spontaan de neiging om het parelkettinkje en Oilily-sjaaltje van haar hals te rukken en heel diep in die bekakte strot van haar te proppen, maar ik bleef netjes.
‘Wat had je dan verwacht?’ vroeg ik zo rustig mogelijk.
‘Iets perseunlijkers,’ antwoordde ze.
‘Dat lijkt me nogal lastig, want ik ken je niet.’
Ze begon te glimlachen. ‘Je herkent me echt niet, hè?’
‘Euh nee, sorry, ik ben bang dat… Waar… waar zou ik je van moeten kennen?’ stamelde ik.
‘Scheul, de slagerij. Slagerij Vermeulen om exact te zijn.’
‘Jezus…! An… Anneke?’ vroeg ik terwijl ik naar haar wees. Ze knikte en lachte. Ik kroop achter het signeertafeltje vandaan en liep met wijd uitgestrekte armen op haar af om haar vriendschappelijk te omhelzen, maar ze deed een stap achteruit en liet me als een verkeersagent die een stopteken geeft de binnenkant van haar rechterhand zien.
‘Heuheu! Anneke is long gone history, tegenweurdig heet ik Anne-Fleur,’ zei ze met zo veel stront dat ik er bijna misselijk van werd.
Daar stond ik dan, zwaar voor lul en met lege handen de Larense lucht te omarmen. Het was haar wederom gelukt om me voor schut te zetten, om me te krenken. De mensen achter in de rij keken me aan, met plaatsvervangende schaamte en blikken vol medelijden. Even voelde ik me weer net zo zielig als vijfendertig jaar geleden. Mijn eerste liefde was een verschrikkelijk wijf geworden! Ze had welgeteld twee minuten nodig gehad om in één klap al mijn jeugdige natte dromen en erotische fantasieën tot vreselijke, bijna zielige hersenschimmen te degraderen. Ik wilde haar niet meer omarmen. Nooit meer!
‘Ik weun al jaren in Naerden en zag in het plaatselijke leugenaertje dat je hier vandaag kwam signeren, dus ik dacht, kom, laat ik mijn veurmalige vrindje eens opzoeken,’ zei Anneke, o, neem me niet kwalijk Anne-Fleur en even vroeg ik me af of er misschien nog een mud hete aardappels van de avond daarvoor in haar strot was achtergebleven.
Lul normaal, doos! Je komt uit fokking Haarlem-Noord. Wie denk je dat je bent, Beatrix? Je bent gewoon de dochter van een gescheiden slager, niets meer en niets minder, dacht ik in al mijn opgekropte woede, maar ik zei iets anders.
‘Leuk zeg. En? Getrouwd? Kinderen?’
‘Zekers, al zeuventien jaer met Albert-Jan. We hebben drie deuchters, Hannalore van zestien, Cecile van vijftien en de kleine Dieudonnée van aelf,’ antwoordde het eerste sletje dat me de bedding van haar heupen liet betasten.
‘Wat goed zeg. En je woont in Naarden, zei je?’
‘Klopt, Naerden. We weunen daar echt heurlijk. Goeie villa, de meisjes geweaun hun eigen paerdenstallen, een bosrijk gebied om ons heen, wat wil een mens nog meer?’ Nou, geweaun dat je wat minder hoog van de teuren blaast, iets minder poeha en duurdoenerij zou je niet misstaan, veurmalige hitsige slagersdeuchter!
‘Sorry, maar ik moet door,’ zei ik en ik wees op de rij met handtekeningenverzamelaars, die achter Anne-Fleur gestaag aan het groeien was.
‘Ja, ik moet er eauk vandeur, veurdat de groentejuwelier en de traiteur alleen nog maer restartikelen hebben. Leuk je weer eens gezien te hebben, misschien keumen we elkander in de toekomst nog eens tegen.’ Ja, maar hopelijk niet in dit leven, kakteef!
‘Wie weet, Anne-Fleur, wie weet,’ zei ik terwijl ik weer plaatsnam achter mijn schrijftafeltje en me zomaar ineens afvroeg hoe men een bewoner van Naarden noemt. Een Naardenaar? Een Naardenees misschien? Nee, waarschijnlijk geweaun een Naarling.

<  terug  – Copyright | Alle rechten voorbehouden © 2017 – Jeroen Guliker / Credo Uitgevers